FANDOM


Rietveldhuis

Rietveldhuis

Gerrit Rietveld
Gerrit Rietveld (1888-1964) is één van Nederlands bekendste architecten en geniet ook internationaal veel aanzien. Zijn invloed op de ontwikkeling van het functionalistische bouwen was enorm. De meubelmaker en architect leverde twee monumenten van kunstbeweging De Stijl, waaronder de enige Nederlandse woning die op de Werelderfgoedlijst staat (het Rietveld-Schröderhuis). Daarnaast is hij een van de oprichters van het CIAM en droeg hij bij aan de gedachtegang achter het Nieuwe Bouwen.
KZNS3CA7XTBXOCAD0JEDACAA7OT5WCAAEPROXCA70MABICAQCOLI0CAIYWGKFCANR94CMCA2I1J8JCAEXDG6KCAMQSNFACA7T7XIECAFVFXVKCAJDMRQMCA2LXEL8CANB6V3FCA0UMWI2CAWRH3LW

Gerrit Rietveld

meubelmaker

De in Utrecht geboren Rietveld genoot een opleiding als meubelmaker, een vak dat hij uitvoerde in het bedrijf van zijn vader. In 1917 begon hij zijn eigen meubelmakerij. Hij leverde eigenzinnige creaties, die eenvoudig maar experimenteel van opzet waren. Zijn topstuk maakte hij in 1918: de Roodblauwe stoel. Deze is opgebouwd uit twee grote vlakken van triplex, die worden ondersteund door vijftien houten steunen. Met de stoel, die was gereduceerd tot het hoogstnoodzakelijke om te dragen, wilde Rietveld 'het elementaire zitten' symboliseren. Andere bekende voorbeelden van meubelen zijn de Kinderstoel (1918), de Berlijn-stoel (1923) en de Kinder-kruiwagen (1923).

De Stijl


De beroemde stoel kreeg zijn (primaire) kleuren pas vijf jaar later. De leden van De Stijl, waar Rietveld zich in 1919 bij aansloot, zagen in de stoel een verwezenlijking van hun ideeën. Daarom besloot de maker om de typerende kleurcompositie van de beweging toe te passen op het meubelstuk. In de tijd dat hij was aangesloten bij De Stijl (1919-1924) ontwikkelde hij zich tot architect. Begin jaren twintig kreeg hij van Truus Schröder de opdracht voor de bouw van een woonhuis. Naast deze arbeidsrelatie kregen zij ook een liefdesrelatie. De samenwerking resulteerde in het Rietveld-Schröderhuis (1924) in Utrecht. Het is één van de vroegste functionalistisch opgezette gebouwen in Nederland, en kan daarmee worden beschouwd als een voorloper van het Nieuwe Bouwen

Nieuwe Bouwen


Vrijwel direct na de voltooiing van dit internationaal bejubelde werk scheidde Rietveld zich af van De Stijl. Zijn werk ontwikkelde zich richting het functionalisme en daarom identificeerde hij zich met de architecten van de Moderne Beweging. Hij bouwde volgens het adagium 'licht, lucht en ruimte' en interesseerde zich sterk voor prefabricatie. Hij richtte in 1928, samen met initiatiefnemers Le Corbusier en Siegfried Gideon, het Congrès Internationaux d'Architecture (CIAM) op. Een voorbeeld van een gebouw dat volgens de principes van deze bouwstijl is opgezet, is de chauffeurswoning (1928) als uitbreiding bij een huis in Utrecht. Hij gebruikte onder meer prefab-platen van beton als bouwmateriaal, en was daarmee de eerste die dit deed in Nederland.


'moeilijke 'tijden


In de jaren dertig werd het aantal opdrachten dat hij kreeg steeds minder. Dit kwam doordat traditionalistische stijlen de moderne begonnen te verdringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg Rietveld in 1942 een beroepsverbod, omdat hij zich niet had aangemeld bij de Kultuurkamer. Omdat het ook persoonlijk niet goed ging, drie zoons en later ook een dochter (in Nederlands-Indië) zaten gevangen in concentratiekampen, kwam hij in een depressieve periode terecht. Pas halverwege de jaren vijftig nam het aantal opdrachten weer toe, omdat De Stijl die jaren opnieuw in de belangstelling stond.

werk


Hij ontwierp onder meer een beeldenpaviljoen voor het park Sonsbeek (1954) in Arnhem. Een reconstructie hiervan is tegenwoordig te bewonderen in het rijksmuseum Kröller-Müller. Een ander belangrijk werk is het Nederlandse paviljoen (1953) voor de Biennale van Venetië. Ook ontwierp hij het paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Brussel (1958). Drie jaar voor zijn dood associeerde hij zich met de architecten Johan van Dillen en Johan van Tricht. Onder hun gecombineerde achternamen realiseerde het bureau onder meer het Van Gogh-museum en de Rietveldacademie in Amsterdam. De hoofdarchitect maakte de oplevering van deze gebouwen zelf niet meer mee, maar hij had nog wel de complete ontwerpen gemaakt. Andere bekende werken zijn zomerhuis Verrijn Stuart (1935) in de buurt van Utrecht, de Julianahal (1953-1956) van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs Utrecht, Textielfabriek Weverij de Ploeg in Bergeijk (1954-1958), tentoonstellingsgebouw Zonnehof (1958-1959) te Amersfoort.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.