FANDOM


Het Centraal Museum Utrecht ontvangt van alle Utrechtse instellingen het meeste subsidie

Centraal Museum Utrecht

Ontstaan

Een verzameling door de stad Utrecht van oudheidkundige voorwerpen was reeds lange tijd gaande en in de 19e eeuw ontstond de behoefte deze uit te breiden en tentoon te stellen in een museum. In 1830 kwam er een museum in het Utrechtse stadhuis.De openstelling voor het publiek vond op 5 september 1838 plaats en werd verricht door de Utrechtse burgemeester Van Asch van Wijck. Het museum bestond uit een tentoonstellingsruimte van vier kamers op de bovenste verdieping van het stadhuis. Voor een kwartje per persoon kon het Utrechtse publiek elke woensdagmiddag anderhalf uur lang kennismaken met de kunstschatten van de stad. De gedachte hierachter was dat iedereen van de stadscollectie kon genieten. Bezoekers kregen bij binnenkomst een catalogus mee met de titel: Verzameling van Oud Beeldwerk en ander oudheden, Tekeningen en Schilderijen, meestal betrekking hebbend op de Stad Utrecht en behorend tot het Archief van die Stad. Van Asch van Wijck was de belangrijke stimulator achter het museum en hij streefde verdere ordening en uitbreiding van de collectie na. Na zijn dood in 1843 trad een periode van verwaarlozing aan. Het Stedelijk Museum van Oudheden in het stadhuis was weliswaar het eerste in zijn soort in Nederland maar feitelijk een oudheidskamer waar alleen een kenner goed wegwijs kon worden.


Uitbreiding

Door de groeiende collectie ontstond ruimtegebrek en in 1891 verhuisde onder Mullers beheer het museum van het stadhuis naar de ruim bemeten buitenplaats Het Hogenland aan de Biltstraat. Hier werden door met name Muller onder meer meerdere stijlkamers ingericht en werden de collecties gaandeweg uitgebreid. Het museum werd toegankelijker voor de niet-kenner en het jaarlijkse bezoekersaantal dat in het stadhuis de laatste jaren rond de 2000 lag, liep op Het Hoogeland al snel op naar boven de 20.000. Op zondagmiddag was het gratis te bezoeken. Na verloop van tijd daalden de bezoekersaantallen en vonden diverse gemeentelijke campagnes plaats om meer mensen naar het museum te trekken. Door de uitdijende museumcollecties ontstond ook hier weer ruimtegebrek. Van Muller kwam rond 1900 het idee alle Utrechtse musea voor oude kunst samen te voegen in een centraal museum.

Inrichting

1921 is een belangrijk jaar voor het Centraal Museum. Het museum is vanaf nu naar Mullers idee gevestigd in het middeleeuwse Agnietenklooster aan het Nicolaaskerkhof. De stedelijke collectie werd samengevoegd met verschillende particuliere collecties en ondergebracht in één gecentraliseerd museum, waar de naam Centraal Museum ook van is afgeleid. Zo werden onder andere de verzamelingen van het genootschap Kunstliefde, het Aartsbisschoppelijk museum en Het Utrechtse Kunstmuseum van Rijkheid aan de stadscollectie toegevoegd. De inrichting van het nieuwe museum leverde echter al snel kritiek op omdat het te vol en te onoverzichtelijk zou zijn. Gaandeweg is de opzet diverse malen veranderd.

De collectie van het Provinciaal Utrechts genootschap, met ruim 10.000 veelal Romeinse voorwerpen afkomstig uit het castellum Fectio, werd in 1995 overgedragen aan de gemeente Utrecht en is toegevoegd aan het Centraal Museum.

In 1987 is het oude stallencomplex op het achterterrein verbouwd tot expositieruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Het is door een ondergrondse gang verbonden met het hoofdgebouw. Tegelijk is er daar een aula gebouwd. Deze verbouwing en uitbreiding waren naar ontwerp van de Utrechtse architect Mart van Schijndel.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.